Als schrijver van dit blog ben ik maar een doorgeefluik. Het gaat hier om een deel van de geschieden

Mijn foto
Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Als schrijver van dit blog ben ik maar een doorgeefluik. De informatie komt van foto's en brieven van Pieter Deys (1880-1945), de vader van Katy (1904-1977) Frits (1906-1949) en Adolf (1908-1940). Pieter was getrouwd met Sophia Draaijer (1872-1932). Frits trouwde met Els Nelson (1908-2004). Zij kregen 4 kinderen, mijn vader Henk (1932-2023), Willem (1934? als baby overleden), Bob (1935) en Els (1937).

vrijdag 13 januari 2023

April 1930 Sophie (1 bis); steeds onder dezelfden druk

 
Sophie vervolgt het optekenen van haar jeugdherinneringen.
'Mijn schooljaren waren voor mij moeilijk, want Sophietje en de schrijfster waren een en dezelfde persoon en daar ik reeds jong een zelfstandig idee had, laten wij nu Sophietje loopen en zal ik trachten mijn herinneringen op te frisschen en verder van mezelf gaan vertellen. 
Ik ging dus naar de groote school, werd 's morgens daar heen gebracht door Caspar, een knecht die reeds voor mijn geboorte bij mijn vader in dienst was. in mijn herinnering zie ik hem als een heel lange magere man roodachtig smal gezicht, licht rood blond krullerig haar; meestal nam hij mij op een schouder en met een verwaand gevoel zat ik daar dan met mijn broodtrommel stevig tegen me aangedrukt, de inhoud bedroeg meestal 2 à 3 dunnen witte sneedjes brood met basterd suiker, Caspar had in zijn zak mijn fleschje met melk dat ik moest leegdrinken bij dat boterhammetje. Van 12 tot 1.30 zaten de meisjes die overbleven in het keukenlokaal, onder toezicht van een juffrouw die moest zien dat wij netjes aten en geen ondeugd uitvoerde. 4 uur ging de school uit, er was een concierge die aan de hoofddeur stond, heel diepknipte tegen de Pa's of Ma's die de kinderen kwamen halen een knikje over had voor de kinderjuffrouwen, en geen notie van de dienstbodes of knechts, die de kinderen kwamen halen. 
De dagen gingen voort steeds onder dezelfden druk van op school zijn, zij begonnen 9 uur met gebed, zoet zijn, gedachten richten naar het werk, 12 uur danken, netjes naar huis en de kinderen die niet overbleven, 3 minuten voor half 2 weer op school zijn, en voor alees verder hetzelfde, bidden en soms een versje zingen, leeren, luisteren, zien, danken naar huis en 's avonds thuis nog schoolwerk. Het was een deftige school en de leerlingen moesten vooral worden groot gebracht om later nog deftiger menschen in de maatschappij te worden. Het onderwijs was uitstekend, de meisjes werden klaar gemaakt tot ontwikkelde jonge vrouwen, met de grondgedachte dat zij eenmaal klaar zouden staan, haar positie als vrouw en moeder te kunnen volbrengen in een deftig gezin. In iedere klas waren 2 onderwijzeressen, het klasse jaar duurde van Juli tot in het volgende jaar Juli. Zoodat men 2 jaar in een klas doorbracht. Reeds in de eerste klas werd als vreemde taal Fransch geleerd, in de derde klas, kwam Duitsch daar bij, en in het tweede deel van de 4de klas begon men met Engelsch erbij. Behalve het nederlandsch werden deze drie vreemde talen voortgezet in de verdere klassen, dat was dus 5 en 6. Voor het onderwijs was speciale onderwijzeressen, landsvrouwen en gedurende de uren van de talen onderwijs, werd de taal van dat land gesproken. In de 6de klas werd Fransch, behalve bij Aardrijkskunde als voertaal gebruikt. 
In de hoogere klassen werd uitstekend handwerk onderwezen, z.a. naaien - fijn en grof, borduren, breien, haken en veel handwerk dat in die jaren smaak was. Les werd hierin gegeven door Juffrouw de Vries, een reeds bejaarde dame die een diepe groove stem had en steeds gromde en bromde. Prettige uren waren voor mij de gymnastiek uren, maar ik was een zwak kind, en menigmaal kon ik daardoor niet meedoen. Zangonderwijs kregen wij van den Heer Ruigrok, een uitstekend musicus, maar als ik nu zijn lessen nagaan, ben ik mezelf bewust dat hij niet uitmuntte als peadagoog. Toch brachten wij het tot het zingen van Cantate en 2 à 3 stemmige liederen waar ik altoos voor werd aangewezen de solo's te zingen. 
Teekenen leerden we onder leiding van de toen zeer gunstig bekend staande schilder Lockhorst.*
Wij teekende in kleuren, kregen voorbeelden, maar ik was een slechte leerling in dit vak, en ik was steeds dankbaar als deze uren voorbij waren. 
In de lagere klassen wed godsdienst onderwezen door Mijnheer Beumer, een aardig nietig mannetje, in de hoogere klassen door ds. Verhoef een zeer gezien predikant, beiden lid van de Ned. Hervormde kerk. De Marnixstichting behoorde ook aan deze kerk, en ook de leerlingen waren kinderen van ouders die aan deze kerk behoorde.'
Wordt vervolgd.

* Sophie bedoelt hier waarschijnlijk Dirk van Lokhorst (1818-1893) die zijn hele leven als kunstschilder werkte in Utrecht. Hij schilderde vooral landschappen en vee en gaf inderdaad les. 

woensdag 11 januari 2023

April 1930 Sophie (1); dat akelige wijf

We schrijven 1930 en toch maak ik een uitstapje naar 1914 toen Els, mijn oma Es, op de Hollandsch-Indische School zat in Padang. Van haar vader, die hoofd van deze school was, kreeg Els zangles. Soms zong zij dan stiekem de tweede of derde stem. Pa liep dan tussen de banken door om uit te zoeken wie dat deed, maar als hij in de buurt kwam, zong Els weer gauw met de anderen mee. Zo heeft Pa nooit geweten wie er zo bijdehand was (en muzikaal!). Deze anekdote sluit mooi aan op iets dat Sophie in 1930 opschrijft.
Zij start 4 maanden voor het huwelijk van Els en Frits ook een soort dagboek, misschien wel om aan haar oudste zoon en aanstaande schoondochter te geven. Aan de binnenkant van het omslag staat 'April 1930' geschreven (en 'k.k. 68 cent'). Het begint als volgt:
'Jaren geleden werd er te Utrecht op den derden dag van Januari, het was Vrijdag, 's middags om 5 uur een kind geboren, een meisje, dat later zou leven onder de naam van Sophie Hendrieka. Zooals het met bijna alle kindern gaat groeide dit kind op, schreeuwde en volgens een oude baker zou zij zeker een goede stem krijgen. Totdat zij 9 maanden werd, was zij steeds in de nabijheid van haar voedster een nukkige ongetrouwde boerachtige vrouw, luisterende naar de naam van "Jaantje". De schrijfster kan zich nog goed herinneren , dat diezelfde "Jaantje", eens per jaar, als het Utrechtsche Kermis was, haar moeder kwam bezoeken en dan weer terug ging naar IJselstijn. de plaats waar ze woonde, beladen met pakjes, erg huilende, totdat zich het volgende jaar weer deze geschiedenis herhaalde. Eens, het kind was toen 9 à 10 geworden, stond deze "Jaantje" aan de school op het Oudkerkhof, tot groote ergenis van Sophietje, want de schoolmeisjes hadden erg schuin gekeken en haar gevraagd "of dit haar mamma" was. Diep verontwaardigd kwam Sophietje thuis en vertelde haar moeder, dat zij dat akelige wijf nooit meer wilde zien. Of dit heeft geholpen weet zij niet meer, maar wel weet ze dat "Jaantje" later in haar herinnering is weggevaagd.
Groote bizonderheden zijn er in haar jeugd niet gebeurd. Haar moeder was een lieve eenvoudige vrouw, aan haar werden de smarten van het leven niet gespaard, de kinderen die zij ter wereld bracht, gingen meestal na 2 à 3 weken weer heen. Zoodat het gezin niet grooter werd dan bestaande uit Vader, Moeder, Petronella en Sophietje. Tot op heden is Petronella haar eenige zuster gebleven, ook zij is wat men noemt de wereld ingegaan, heeft zich ook in de dienst van de menschheid gesteld en heeft zich in de latere jaren aan het onderwijs gegeven waar zijn nu nog te Durban in Zuid-Afrika werkzaam is. 
Reeds op driejarige leeftijd was Sophietje's haar grootste liefhebberij plaatjes zien en versjes opzeggen.
Gekleurde prentenboeken waar een groot bezit, dat boek werd opengelegd op tafel en staande op een stoof wees zij met haar linker wijsvinger aan waar de gedichtjes stonden, de versjes kende zij aleen van buiten, en familie of vrienden kregen den indruk dat dit kleine zwakke kind van drie jaar reeds kon lezen.
Een geschiedenis dat zij zich nog heel goed herinnert, hoorde zij haar Vader later vertellen. Zij was een[s] uit rijden geweest met een paar oude dames, naar de Wageningsche berg, zij hadden na een paar uur te hebben geloopen gaan rusten in het Hotel dat toen daar was gebouwd. Juffrouw Daadje [?], de jongste van de twee dames, zei: nu zijn we bovenop de Wageningsche berg, en Sophie met haar altijd vragende stem "woont hier nu Wagenschveld" later werd dit door de ouders van het kind als zeer opmerkzaam verteld.
Toen Sophietje 7 jaar was, ging zij naar de Fransche bewaarschool waar kinderen uit den goeden stand school gingen en in de hoogste klasse onderwijs werd gegeven, voorbereidend voor de groote school. De school behoorde aan de Fransche kerkelijke gemeente. Vooral werd daar aan kinderen boven de zes jaar goed zangonderwijs gegeven en Sophietje werd menigmaal gevraagd een versje alleen te zingen, omdat zijn zuiver zong en goed wijs kon houden. Vrijdagsmiddags werd besteed met zingen, in de hoogste klasse werd tweestemmig gezonden waar Sophietje dan met de juffrouw alleen tweede stem zong.
Toen het kind 8 jaar geworden was ging zij naar de groote school op het Oudkerkhof. Dit was een christelijke school gesticht door de Marnixstichting. De school of beter het terrein was in tweeën gesplitst, het eene gedeelte was alleen voor meisjes en het andere alleen voor jongens. Het meisjes gedeelte kreeg onderricht alleen van onderwijzeressen met een directrice aan het hoofd. Deze heette "Mejuffrouw Wafers Bettinck", een strenge lelijke vrouw, toén een vrouw van middelbare leeftijd, de meeste leerlingen zagen tegen haar op als een Godin, zij was heel geleerd en kwam in de verschillende klassen 's morgens het gebed doen. Heel veel gebruikte zij voor dit gebed, een psalm gezang "Open uwen mond" en nog zie ik haar voor mij met haar scheeve mond, wijd geopend sprekende dit gebed. Wij de kinderen moesten altijd naast de banken staan, handen gevouwen, en oogen gesloten, maar menigmaal zondigde ik, keek door een kiertje van mijn oogleden, glurende naar het gezicht van onze directrice dat voor mij een bespottelijke uitdrukking had.'
Wordt vervolgd. 
 

dinsdag 10 januari 2023

Juli 1926 ; maar ik vroeg te veel

Tussen de vele krantenknipsels (over armoede in Frankrijk, dus bij 'de overwinnaars' en over het hoge aantal zelfmoorden in Boedapest - een zeer interessant stuk) schrijft Pieter dat hij op de 2de juli met het hele gezin naar Luxor gaat met 'na afloop bij Caland een rondje op Katy's slagen 1e gedeelte.' We weten inmiddels dat ze voor het tweede zal zakken. Pieter plakt zijn recensie van het avondje in het theater erbij. 
Het gaat om het tweede deel van De Tragedie der Liefde met de titel De Gravin van Parijs. Pieter noemt het 'een spannende geschiedenis met mooie dramatische momenten.' Alles best maar:
'Op het tooneel de Hongaarsche tenor "Oscar Huszar". Hij heeft een goede stem, maar spreekt nagenoeg geen woord verstaanbaar uit.'
Ik vind op internet niets over deze tenor, dus ik denk niet dat hij een bijzondere carrière heeft gekend.
Dan plakt Pieter een advertentie in, met een veelzeggende 'hint' in de rechterbovenhoek: een monogram van een kleine P met punt in een grote D. 
Pieter schrijft erbij:
'Op 26/6/26 eerste afrekening van "In den Specht" voor een serie advertenties door mij ontworpen, zoowel model als tekst. Ze zullen later in pamfletvorm verschijnen. Dit was No. 16.'
Zo'n pamflet heb ik inderdaad ook in het archief, maar opvallend genoeg is hier het monogram vervangen voor een logo van Keuzenkamp!

Onder de advertentie die in Voorwaarts is verschenen, blijkt dat Pieter het misschien niet helemaal naar zijn zin heeft in zijn werk, of altijd beter probeert. Er is een advertentie ingeplakt:
'Aan een beteekenisvolle Dagbladonderneming vaceert binnenkort de functie van DIRECTEUR. Sollicitaties met uitvoerige inlichtingen in te zenden onder Z 290 aan Gebr. Schröder & Dupont's Boekhandel Adf. Adv., Amsterdam.'*
Hierbij schrijft Pieter dat hij op de 6e juli heeft gesolliciteerd, maar:
'Deze positie had ik bijna gekregen. Maar ik vroeg te veel n.l. f 8000,- vrij van belasting en 5 % van de winst.'
Aan het eind van juni, op de 29ste meldt de krant overigens: 'Bij de aardbeving op Sumatra blijkt Padang Pandjanf grootendeels te zijn verwoest, terwijl ook Solok zwaar is geteisterd.'
En dan een opmerkelijk aantal bladzijdes, want Pieter onthult 'het raadsel' van zijn eerste vlucht met het Vimy toestel samen, met generaal Snijders. En we zien zelfs een foto!

Hierbij gaat een uitgebreid artikel van 4 augustus 1919 met het hele verhaal van de ontvangst van de piloot of 'Engelschen Oceaan-vlieger Sir John Alcock' (in het artikel steeds gespeld als Alcocq) die met de trein in Amsterdam werd verwelkomd en een zegentocht door de stad maakte. Er waren hierbij heel wat notabelen op de been, waaroder:
'bestuursleden der E.L.T.A., luitenants Plesman en Hofstee; voorts den algemeen-voorzitter der tentoonstelling Generaal Snijders, en den heeren Lebret en Merens, directeuren, en Deys, onder-directeur van Vickers-House te 's Gravenhage, hetwelk de ontvangst aan het station georganiseerd had.'
De ontvangst was in de wachtkamer van de 1e klas (nu restaurant), waar de Engelse luchtheld door burger-weesmeisjes met een reusachtig bloemstuk werd begroet. Daarna stapte hij in een auto met gevolg voor een zegentocht die uiteindelijk aan de andere kant van het IJ zou eindigen. Daar kreeg hij een 'noenmaal' aangeboden met een tafelrede van generaal Snijders. Er waren ook nog lovende woorden van een wethouder en een reactie van de piloot, Sir John, die zei:
'misschien iets groots te hebben gedaan, maar, zoo zeide hij, dat heb ik gedaan als passagier van het Vickers-toestel,aan welks hoog opgevoerde techniek de mogelijkheid der Oceaan-vlucht te danken is.' 
Na het 'noenmaal' werden enkele vluchten over een deel van de stad gemaakt met het Vimy toestel en daaraan heeft dus ook Pieter deelgenomen. 
Ondertussen landde er een ander Vickers toestel dat diezelfde morgen uit Engeland was vertrokken, met enkele journalisten aan boord. Er waren demonstraties en een luchtshow. 'Op de de Ruyterkade en langs den Westerdoksdijk stond het zwart van de menschen en de vliegmachines "waren den ganschen dag niet van de lucht".'
Er is een kort fimpje van deze gebeurtenis. Kijk en geniet hier
En met deze 'laatste onthulling' zijn we aan het eind van het dagboek, nou ja, er volgt nog een hele trits lege bladzijden en er liggen wat losse knipsels achterin, maar die zijn in mijn ogen niet veelzeggend. 

* Schröders & Dupont's was een boekhandel (met kunstzaal) aan het Rokin (nr. 30) in 1932 verhuisde het naar de Keizergracht 516. Begin '44 stond F.J. Dupont aan het hoofd van wat toen een van de belangrijkste boekwinkels van Amsterdam werd genoemd.  


vrijdag 6 januari 2023

Juni 1926 (4); de toewijding dier beunhazen

Op donderdag bezoekt onze broeder de loge 'Alles huishoudelijk. Geïnstalleerd als officier.'
De dag erop gaat hij te bioscope en schrijft hij een recensie van de film 'Drie weken van liefde'. Hij noemt het een 'excellent geënceneerde film, die speelt in de hoogste hofkringen en aantoont dat het ook daar niet alles rozengeur en maneschijn is.'
Op de 11de belt Pieter zijn vriend Springett (de manager van het kantoor in Rotterdam van de Canadian Pacific Railways). We hebben vaker over hem gehoord. Hij heeft al een lijst met namen voor een eventeel op te richten Engelse loge. 
'Ook Sir Charles Marlin, de Engelsche gezant en de gezantschapsecretaris, zoowel als de Consul Generaal te Amsterdam zijn in het onderwerp geïnteresseerd.'
Daarnaast spreekt hij de voorzittend meester van De Drie Kolommen die wel een zaal beschikbaar wil stellen. 
'Hij zal als officier van het Groot Oosten in den Haag informeren of en hoe het mogelijk is hier een Loge op te richten die in de Engelsche taal mag werken.'
Terwijl Pieter in de bioscoop zit, overlijdt de vrouw van 'een der advertentiereizigers van mijn afdeeling (Bohlen) aan Bright's disease.*
Ondertussen is Sophie stappen in Voorschoten en Den Haag, nou ja, ze gaat op bezoek bij kennissen. Pieter plakt weer een heleboel artikelen in over de pooltocht, Geelkerken en een paar pagina's verder over 'De reis om de wereld in den kortst-mogelijken tijd'.
De 13de komt er weer een lange dagboeknotitie.
'De langste dag van het jaar nadert en nog steeds hebben we geen zomer. Vandaag regent het den geheelen dag door. De schade voor de winkels is enorm. Een tamelijk kleine winkelier vertelde dat hij f 1800,- schade had omdat hij geen stohoeden verkocht. Een fietsenzaak verocht in April en Mei f 25.000 minder dan in de correspondeerende maanden van 1925. Er zijn trouwens ook veel te veel kleine winkels. Alles winkeliert. Menschen die wegens slapte hier en daar zijn ontslagen beginnen zonder vakkennis een winkel. Gemeente beambten, ambtenaren, tramconducteurs en  dergelijken , die een vaste betrekking hebben, gaan "beneden" wonen, maken van de voorkamer winkel en als ze er dan de huur maar uithalen zijn ze al tevreden. Vooral sigaren en fietsen verheugen zich in de toewijding dier beunhazen. De vrouw neemt dan de zaken waar. 
Het gevolg is dat de winkelier die uitsluitend op de verdiensten uit zijn bedrijf is aangewezen het hoe langer hoe moeilijker krijgt om daaruit een bestaan te maken. 
Voor de beunhazen zijn dikwijls de loonen die zij verdienen te laag om daarvan alleen met een huisgezin te bestaan. zoodat zij tot "bijverdiensten" worden gedwongen.'
 

Naast de berichten over de kinderen, ook nog een korte notitie:
'Het failliet Hotel Continental, naast ons, is vandaag leeggedragen.' Dit is op de 19de juni.
Een week later gaat meneer weer naar de film, met zijn vrouw. Hij schrijft een recensie met daarin onder andere:
'Het stuk speelt te parijs en begint met een moord in een der adellijke paleizen.' Er zijn veel scenewisselingen en er spelen vele mensen in mee. 'Met eenige liefdesgeschiedenissen er tusschen door vormt het geheel een boeiende detective-roman.' Louis Noiret die die het bijprogramma verzorgt met 'liedjes aan de piano' doet dit zeer verdienstelijk.* 
'In tegenstelling met het gewone genre zijn de liedjes niet vulgair, de toonzetting die van hemzelf is, is zeer muzikaal en zijn uitspraak subliem.'
Verderop schrijft Pieter weer over enkele van zijn kinderen.
''Frits donderdagavond teruggekeerd van zijn bezoek aan Amsterdam, alweer veel gezien. Van bizonder belang was zijn bezoek op het laboratorium van den beroemden scheikundige Dr. van Ledden van Hulsebosch.'***
Hierbij plakt Pieter een artikel over de methode die deze apotheker gebruikt om vervalsingen op te sporen door als eerste gebruik te maken van ultra-violet licht. 
En dan:


Naast het bericht over de kinderen heeft Pieter nog een kleine quote geplakt.
'Een goede echtgenoote en moeder is voor een vrouw een voldoende loopbaan - Margrer Storm Jameson'. Hiernaast heeft Pieter geschreven en onderstreept: 'zeer juist.'

* Dit is nefritis een ontsteking van de nieren. De persoon in kwestie was Elisabeth Lickfeld, vrouw van Adrianus H.C. Bohlen. Ze was nog maar 39 jaar oud. Adrianus zou nog in datzelfde jaar hertrouwen. Over het werk van Adrianus kan ik helaas niets vinden. 

** Louis Noiret (1896-1968) was een zanger, tekstschrijver, componist en pianist. Lees hier meer over deze rasechte Amsterdammer.

*** Co van Ledden Hulsebosch (1877-1952) was een apotheker die zich specialiseerde in forensisch onderzoek waarbij hij zich vooral toelegde op verongelukte vliegtuigen, brandstichting en moord. Lees hier meer. 



woensdag 4 januari 2023

Maart 1916 (intermezzo); that large and influential institution

Naar aanleiding van wat vragen die zoal in de familie opkomen, voeg ik in dit blog even het volgende toe, vooral om het tussen alle informatie vast te leggen. 
Een vraag is, wanneer Pieter een vrijmetselaar werd en natuurlijk ook hoe. 
Pieter was in ieder geval in Zuid-Afrika al broeder. Hij zal inderdaad voorgedragen zijn, maar ik weet niet door wie.
In 1914 is hij lid van de lodge Scottish Constitution als secretaris/junior warden (dit is een derde rang), maar hij wordt in dat jaar ook meester. Hij start en redigeert in dat jaar The Masonic Journal of South Africa, maar stopt daarmee in 1915 of '16. Hij is in '14 ook lid van de Zion Lodge in Johannesburg en van de correspondentiekring van de Quatuor Coronati Lodge (dit was een studieloge). In 1920 is hij lid van De 3 Kolommen in Rotterdam. 
Hij blijft dus vrij lang maçonnieke carrière maken. In 1926 wordt hij 'officier'; een benoeming die alleen mogelijk is bij meesters. 
Dan vertelt Pieter zijn kinderen in 1930 over het Correspondentieblad van het Hoofdbestuur der Orde van Vrijmetselaars onder het Grootoosten van Nederland.
'Daarin is het eerste gedeelte van den Zeer Eerwaarden Grootmeester en het laatste is van de hand uws vader. Br. Grootsecretaris heeft n.l. het stuk dat ik indertijd schreef over de Contact-Commissie in zijn geheel gepubliceerd. Leuk hè!'
In 1939 gebruikt deze vader nog 'oud' papier met als briefhoofd: P. Deys; Masonic Press Service; P.O. Box 277 Rotterdam.
Als hij in 1936 in Portugal woont, probeert hij daar wel bij vrijmetselaars aan te sluiten, maar binnen de dan heersende dictatuur worden alle 'geheime verenigingen' vervolgd en zijn de loges gesloten. Dat betekende overigens niet dat er geen activiteiten vanuit het buitenland of ondergronds werden ondernomen. Het verbod werd in Portugal pas in 1974 opgeheven. 

In 1916 waagt Pieter het een brief te typen aan de Prime Minister of the United Kingdom als ‘member of the Provincial Council of Transvaal, on leave, having undergone treatment by a local specialist’. De brief is gedateerd op 26 maart 1916 vanuit Hilversum.*
Pieter schrijft dat hij, voor zijn terugkeer naar Zuid-Afrika (!) een poging wil wagen om zijn land te dienen, met het volgende voorstel:
Omdat wij noch Duitsland de eerste stap zullen nemen in vredesbesprekingen en anderen niet in staat zijn gebleken succesvolle besprekingen te voeren,
‘I beg you to suggest that you give me permission secretly to approach the Grand Master of Netherlandic Freemasonry (brother of the Dutch Minister of Finance) to whom I am well introduced, in order to make him the connecting link for a masonically secret conference between the British and German Masters. Lord Ampthill, who on account of the Grand Mastership of a Prince of the Blood Royal, acts as Pro-grand Master, would no doubt, be the right man in the right place. I have corresponded with him on the peace subject before the war and he has filed copies of my introductions and references. 
The way for action on my suggestion was already paved before the war, when Lord Ampthill and some prominent Freemasons exchanged friendly visits with the German Grand Master and his officers.**
My plan of campaign would be this: on receipt of your confidential authorization I would pledge the Netherlandic Grand Master to secrecy, act as secretary to him in this matter, and write to the English and German Grand Masters, calling on them to approach their respective Governments asking permission to meet at a conference in The Hague without documents or papers of any kind. To be present none but the Netherlandic Grand Master as intermediary, the English and German Grand Masters, and myself as secretary. The broad outlines of a peace basis can then be laid down and the negotiations continued or otherwise.
I would respectfully submit that the advantages of my proposal are threefold. 
Firstly, it makes negotiations possible. 
Secondly, absolute secrecy will be maintained 
Thirdly, there is the advantage of dealing through a most worthy and universally respected plenipotentiary, a body whose tenets, constitution and works are such as to bring action for Peace well within its scope, so that, should our efforts be crowned with success and the world eventually receive “The History of the Rapprochement” it will add the more lustre to that large and influential institution which was founded in the United Kingdom in 1717, and which to-day is a world wide organisation.
I have the honor to be, Sir, your Obedient Servant,'

Op 6 april komt er een antwoord uit Downing Street, gericht aan P. Deys Esq.
‘Dear sir,
The Prime Minister desires me to thank you for your letter of 28th, and its enclosure. He regrets however that he does not think it possible to avail himself of your suggestion. Yours faithfully,
David Davies'***

Ik heb geen idee of deze actie van Pieter weer een voorbeeld van zijn individueel en voortvarend handelen is (een beetje in de trant van: eerst doen dan denken) of echt een hele serieuze poging om vredesbesprekingen te faciliteren. 

* In 1915 gaat het gezin vanuit Johannesburg naar Nederland, bij aankomst verblijven ze eerst in het Victoria Hotel in Amsterdam, daarna  gaan ze naar een pension van weduwe Ham (?) en mogelijk later naar dat van weduwe Gehner. Uit de brief van Pieter kunnen we opmaken dat hij in Hilversum behandeld wordt en dat hij de intentie heeft (snel?) terug te keren naar Zuid-Afrika. In mei (1916) verhuizen ze naar Voorschoten. In juni noteert Pieter dat hij in Berlijn is! Ik heb geen idee waarvoor dit was en hoe lang, maar in september noteert hij weer 'Voorschoten'. Daarna is de volgende bekende verblijfplaats Rotterdam, in juli 1918.

** Over Lord Ampthill (1869-1935), 2nd Baron, vond ik dit.

** First Baron Davies (1880-1944) werd in 1916 Parliamentry Secretary van David Lloyd George, de toenmalige Prime Minister van Engeland. 

dinsdag 3 januari 2023

Juni 1926 (3); geld of geldwaardig

In het album volgen nu een heleboel ingeplakte bankbiljetten met name uit Duitsland. Pieter komt zo op het idee naar aanleiding van een artikel in de Haagse Post met antwoord op de vraag hoe Duitsland de Mark herstelde.
'Hier eenige "geldwaardige" papieren voor het nageslacht als curiositeit ingeplaatst, zoowel van dezen tijd als van jaren her.
Een niet te ver af nageslacht zal, hoop ik, helemaal niet begrijpen wat geld of geldwaardig beteekent. Wil men daarvan een goede uitlegging hebben dan moet men lezen "Het geld van Robinson Crusoë", een in herdruk verschenen boekje ('23 of '24) Het bevindt zich in mijn bibliotheek.'*
Pieter erkent of memoreert dat de komst van het papiergeld veel goed heeft gedaan voor 'de goederenruil tusschen de verschillende landen' en deze ook heeft doen groeien. 
'Maar wat gebeurt er in oorlogstijd?
Vroeger, als er geen geld meer was, was het koopen gedaan. Vide de geschiedenis. o.a. die van Prins Willem van Oranje. Als hij niet meer betalen kon, verliepen zijn soldaten en was het met oorlogsvoeren gedaan. Dat was tenmiste logisch. 
Maar tegen het einde der 18e eeuw was de drukkunst zoo ver gevorderd dat een Fransche slimmerik op het idee kwam om de menschen op papier een belofte tot betaling te doen, waarvoor de staatsdomeinen als onderpand werden gegeven. Zie volgende pagina:'
Hieraan voegt Pieter nog toe:
'(De rechterbovenhoek en de linkerbenedenhoek dragen symbolen die evtl. maçonniek zouden hebben kunnen zijn)'
Dan schrijft Pieter dat in moeilijke tijden het papiergeld tot grote schulden leidde en dat bijvoorbeeld in de 'Groote Oorlog' mensen hun metaal bleven houden. 
'Een belastingambtenaar vertelde mij nog als frappant staaltje dat hij bij een boer in Zeeland een groote ton vol rijksdaalders had ontdekt.' 
Er volgt een hele verhandeling over papiergeld ten tijde van de burgeroorlog in Ameriak, ook geïllustreerd met enkele biljetten. En dan op de volgende pagina,
'met het vervlog:
'toen ik in 1915 Afrika verliet, heb ik het teruggehaald.'
Hoe Pieter aan al deze verschillende bankbiljetten is gekomen, is me een raadsel. Hij moet er echt in geïnteresseerd zijn geweest, want het is een heuse collectie. 
Op bovenstaande afbeelding zien we ook dat Pieter het boekwerk had meegenomen naar Porto en er in redigeerde en er spullen uit nam om te verkopen. Ik heb geen idee of alle andere biljetten nog 'geldwaardig' zijn. 

* Het Geld van Robinson Crusoë: Populaire uiteenzetting omtrent den oorsprong en het gebruik van geld als ruilmiddel, was een boek van de Amerikaanse David Ames Wells oorspronkelijk uit 1876. Je kunt het hier lezen. 

maandag 2 januari 2023

Juni 1926 (2); goede Champie

Als aanvulling op alle informatie die we nu binnen hebben gekregen over de vele godsdiensten en de daarbij behorende misstanden. Kan ik ook nog melden dat Pieter 2 1/2 jaar voordat hij zo tekeer gaat, namelijk op zondag 6 januari 1924, in Luxor op de Coolsingel een lezing geeft met als onderwerp: De Joden te midden der "Christenen"! Of om precies te zijn:
'De antisemitische propaganda der laatste tijden, die meer op redeloos sentiment dan op kennis van feiten is gegrond, geeft den Heer Deys aanleiding de positie der Joden temidden der "Christenen" eens duidelijker naar voren te brengen, en daarbij de Christelijkheid der Christenen en het Judaisme der Joden onder een vergrootglas te bezien.'
Zo te lezen is dit niet de eerste keer dat 'de gezellige zondagmorgen' van 'Wetenschap voor iedereen" wordt verzorgd door Pieter, want er worden op de uitnodiging hiervan korte quotes uit nieuwsbladen toegevoegd. 
Het Rotterdams Nieuwsblad noemt het 'Een prettig bestede Zondagmorgen, Dagblad van Rotterdam schrijft over 'Groote geestelijke waarde' en Voorwaarts oordeelt: 'Het was een goede morgen'.
Onderaan staat nog geschreven:
'Een der epigrammen van het Programma:
"Door gebrek aan ervaring hebben wij te weinig vertrouwen in ons zelf, door te veel ervaring, te weinig vertrouwen in anderen."'
Het is kennelijk niet de eerste keer dat Pieter over dit onderwerp spreekt, evenmin is het zijn eerste 'De gezellige zondagmorgen in Luxor', want op 11 november 1923 spreekt hij over '"Donker" Afrika'. En mogelijk is hij ook degene die een week later de lezing 'Toet-ank-amen' zal verzorgen. Overigens is hij zelf een van de kaartverkopers en regelt hij mogelijk ook de druk van de toegangsbewijzen, want die staan vol met (naast enkele advertenties) spreuken die we zo uit de mond van Pieter kunnen verwachten, bijvoorbeeld:
'In deze wereld is maar één ding slechter, dan dat er over ons gepraat wordt, en wel, dat en NIET over ons gepraat wordt.' Of, wat meer in de reclamehoek: 'Als U de eerste knoop verkeerd knoopt. zit Uw geheele jas scheef.'

Dan komen we nog wat te weten over Pieters omgang aan het begin van juni.
Op de 1ste gaat hij op bezoek bij Jan Dik [?], waar ze naar de Londense radio luisteren en 'nap' spelen, waarbij Pieter f 1,35 wint.*
Op donderdag gaat hij naar de loge voor een lezing van Mulder, waarover Pieter schrijft:**
'Communistisch-idealistisch eindideaal. De week daarvoor een dito materialistisch-fatalistiche lezing van Roobaard. Het verwondert me in dezen kring dien drang naar sociale verandering te bespeuren - en nog dat zij het durven uitspreken bij die vele conservatieve elementen.'
Op vrijdag 'met vrouw naar Grand Theater. Mijn recensie:

Zaterdag receptie 12-1 bij den Britschen Consul Generaal. Jan Dik met auto mij gehaald. Kennismaking met verscheidene luidjes hernieuwd en een 5-tal maçons ontdekt. Afgesproken pogingen te zullen aanwenden om te komen tot de oprichting van een Engelsch sprekende Loge onder het Groot-Oosten der Nederlanden. 
Er werd goede Champie geschonken. Na afloop op de Biljart-Club ''t Zuid" de zaak voortgezet. Op allerlei motieven werden door verschillende leden flesschen Moet&Chandon gestaan. Viel nog al mee f 8,- per rondje. 
Bets Königsfeldt (Wout) komen logeeren. Gisteravond met derzelve en vrouw naar Luxor. Sensationeel - onmogelijke Ufa film. Futuristisch lik-me-vestje dans.'***

Deze opsomming wordt vervolgd met een paar krantenberichten over een klopgeest in een woonhuis in Roosendaal. Deze trok de belangstelling van heel veel mensen die zich bij het huis verzamelden. Dit gebeurde natuurlijk midden in de nacht en toen de politie erbij werd gehaald, werd niets gevonden. Toen het gezin weer in bed lag, begon het vreemde geklop opnieuw. Dit duurde voort, tot - zo blijkt uit een verderop ingeplakt bericht - de politie in de woning bleef en merkte dat de 13-jarige dochter des huizes zich wat eigenaardig gedroeg. Als zij in de kamer was en riep dat ze geklop hoorde, meenden anderen dat ook waar te nemen, maar als het meisje er niet was of geen kans gegeven werd om ergens in huis te kunnen tikken of kloppen, werd het hele geval aan 'massa-suggestie' geweten en begon het arme kind natuurlijk 'te wenen'.
Overigens lees ik elders dat er een aantal dagen later ook een klopgeest blijkt te zijn waargenomen in Capelle Nieuwevaart, dus dat van die massa-suggestie lijkt wel te 'kloppen'. 

Hiernaast plakt Pieter met als bijschrift 'Hedendaagsche Toestanden" advertenties in, waarin bijvoorbeeld tot wel 1000 gulden beloning wordt uitgereikt voor degene die een 'ontwikkeld, bereis, welbespraakt en energiek koopman handig en met groot aanpassingsvermogen, met Indische en Europeesche ervaring (R.K.) aan een behoorlijke positie helpt.' Gelukkig weten we door die toevoeging 'R.K.' dat dit niet om Pieter zelf gaat. Maar wel dicht bij huis is deze oproep:
'Gevraagd: NET PERSOON genegen meubelen te halen en bezorgen en verdere voorkomende werkzaamheden te verrichten.'
Hiernaast schrijft Pieter: 'Hierop kwam op mijn kantoor tusschen de 60 en 70 antwoorden binnen.' Of dit betekent dat hij op een redactiekantoor van de krant zit, of zelf de advertentie heeft geplaatst, is niet duidelijk. Eronder schrijft hij alleen nog:
'Omstreeks diezelfden tijd boodt een Mr. i/d Rechten in de N.R.Ct f 1000,- beloning aan voor een baantje. Dit zijn geen bizonderheden of liever uitzonderingen. Dit is schering en inslag.' 

* Nap heet voluit Napoleon en is een kaartspel dat met 2 tot 6 spelers kan worden gespeeld. Naast kaarten zijn er ook fiches in het spel. 

** In mijn archief `it een glasnegatief van Pieter met H. Mulder, voorzitter van de loge De 3 Kolommen. Deze Mulder was leraar en werd diirecteur van het Libanon Lyceum in Rotterdam. Hij was tevens amateurfotograaf. 


*** Welke film met Lya Putti Pieter heeft gerecenseert, kan ik niet achterhalen; hier wat meer over de actrice. Maar kijk eens wat een  leuke vondst: deze afbeelding betreffende het futuristische spektakel in Luxor met de film met Oswalda Stäglich of wel 'Ossi'.








1880-1945; Pieters cv 1893-1915

Het is weer eens tijd voor een update van de informatie rond Pieter Deys. Ik probeer zijn 'werkzame' leven op een rijtje te zetten e...