Als schrijver van dit blog ben ik maar een doorgeefluik. Het gaat hier om een deel van de geschieden

Mijn foto
Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Als schrijver van dit blog ben ik maar een doorgeefluik. De informatie komt van foto's en brieven van Pieter Deys (1880-1945), de vader van Katy (1904-1977) Frits (1906-1949) en Adolf (1908-1940). Pieter was getrouwd met Sophia Draaijer (1872-1932). Frits trouwde met Els Nelson (1908-2004). Zij kregen 4 kinderen, mijn vader Henk (1932-2023), Willem (1934? als baby overleden), Bob (1935) en Els (1937).

vrijdag 20 januari 2023

1935 zonder maand (1 bis); in omgekeerde richting imbeciel.

Hoe was het in het jaar 1935 of eigenlijk in het leven van Pieter? Hij probeert het een en andere duidelijk te maken aan zijn bet-achter-kleinzoon en is daarbij flink lang van stof.
'Edoch, het houden van philologische bespiegelingen was nu juist niet een der vele onderwerpen die mijn aandacht vroegen toen ik aan dezen brief begon. Mijn gedachtengang daarbij liep in heele andere banen. Laat ik trachten je mijn bedoeling duidelijk te maken. Als ik in geschiedkundige boeken lees van de Egyptenaren, de Babyloniërs, de Meden en Perzen, de Grieken en Romeinen, dan trekken aan mijn geestesoog tal van gebeurtenissen voorbij; vooraanstaande personen uit die perioden, doemen op en ik stel ze me voor kort, lang, mager, dik, met of zonder baard, zie ze in hun volle pracht en glorie in de tempels en gebouwen waarvan ons de ruïnes zijn overgebleven en probeer me in te denken hoe die menschen leefden. En juist dit laatste is zoo lastig. Men kan zich gemakkelijker een veldslag met ouderwetsche wapenen indenken dan zich voorstellen hoe Sabherib, Darius, Cleopatra, Ramses, Socrates of Julius Caesar sliepen, toilet maakten, aten, werkten, zich verpoosden, hun dag indeelden - kortom hoe zij leefden wanneer er geen veldtochten waren, pyramiden werden gebouwd, wijsbegeerte of staathuishoudkunde werd beoefend. 
Uit graven en opgravingen bereiken ons allerlei voorwerpen uit het verre verleden waaruit allerlei geleerden allerlei conclusies trekken, maar dat is niet altijd zeker weten. 
Nu is mijn opzet met deze brieven m'n beste jongen, je een idee te geven hoe ons tegenwooordige leventje reilt en zeilt, want ik durf op grond van eigen ervaringen wel beweren dat het dagelijksch leven en vele zeden en gewoonten in jouw tijd grondig zullen verschillen van ons tegenwoordig bestaan. Ga maar eens na: ik ben nu 54 jaar; bij mijn grootmoeder heb ik nog zwavelstokken en later pas lucifers in gebruik gezien en mijn grootvader had nog een z.g. tondeldoos met steen en vuurslag om zijn pijp aan te steken. De verlichting geschiedde met petroleumlampen. MIjn grootouders herinnerden zich nog de opening van spoorlijn Amsterdam-Haarlem en nauwelijks honderd jaar later moet de stoom zich met hand en tand verdedigen tegen middelen van tractie. Laat mij eens opsommen de uitvindingen die hun invloed op ons dagelijksch leven hebben doen gelden en die in minder dan een halve eeuw elkander snel opvolgden. In mijn jeugd begon de strijd tusschen gas en electriciteit. Het rijwiel was toen ook nog in de kinderschoenen en een luxe-artikel inplaats van algemeen vervoermiddel. De eerste auto zag ik in 1890. Ook de telefoon is eerst in mijn tijd een algemeen communicatiemiddel geworden. De gramofoon was een vinding die op de Fransche Academie als een soort buiksprekerij werd gehoond. De fotografie kreeg ook eerst in de laatste helft der 19e eeuw vasten grond onder de voeten. De rotatiepersen hebben het tegenwoordige dagbladbedrijf mogelijk gemaakt. Toen Bleriot in 1909 over het Engelsche Kanaal vloog en en onderzeebooten begon te bouwen, sloeg het menschdom van verbazing de handen ineen en meenden de geloovigen dat het einde der wereld nu wel spoedig kon worden verwacht. De film was een even groote bron van verbazing, evenals de radio en televisie. Dit laatste is, terwijl ik dit schrijf, nog niet algemeen, maar zal het wel zijn als je dit leest. En deze opsomming behandelt nog maar alleeen de meeste voor de hand liggende zaken. De ontwikkelingsgeschiedenis van elk deze vindingen beslaat boekdeelen in onze bibliotheken, dus je kan wel nagaan dat ik volstaan moet met de bloote noteering der feiten. 
Van de enorme vooruitgang en de belangrijke ontdekkingen op het gebied der phycien, chemie, astronomie, bacteriologie en in zoovele andere vakken, zoomede de toepassingen daarvan, kan je eveneens lezen in de bibliotheken voornoemd. 
Ik wil je alleen maar beschrijven datgene wat gewoonlijk nooit in de geschiedkundige boeken te vinden is - ons leventje van alle dag. Daarbij zullen allerlei toelichtingen over maatschappelijke verhoudingen noodig zijn, anders begrijp je niet waarom de een zijn dag begint 's morgens om 'n uur of vijf, terwijl een ander in zijn bed ligt tot in den namiddag. Want gezien alles wat er in mìjn halve eeuw gegroeid en veranderd is, en dat mijn bet-overgrootvader mij in een krankzinnigengesticht zou hebben doen opsluiten als ik hem verteld kon hebben van al de dingen die in 1935 heel gewoon zijn, evenzoo zullen in jouw tijd de verschillen met vandaag zóó enorm zijn dat je ons in omgekeerde richting imbeciel zult vinden.'

donderdag 19 januari 2023

1935 zonder maand (1); ach, m'n jongen

Hij heeft er zelfs 'copyright' bij gezet, onder de kop: Brieven aan mijn Bet-Achter-Kleinzoon door P.D.! Ik heb het in ieder geval genoteerd. Opvallend vind ik overigens dat het hier alleen een kind van vader op zonen betreft, moeders en dochters worden als vanzelfsprekend (?) uitgesloten. Maar vooruit, omdat het toch niet zover gekomen is, kan ik er niet mee zitten.
'Beste Jongen,
Mijn kleinzoon is nu twee jaar oud en wij schrijven A.D. 1935. Trouwt dat jonge mensch op zijn 25e jaar en krijgt hij een zoon die op zijn beurt in zijn 26e jaar een zoon zou krijgen dan zal jij geboren worden in 1985. Laten we verder aannemen dat jij op 15-jarige leeftijd deze brieven met belangstelling kunt lezen, dan zijn wij dus in het jaar 2000 van de nu nog in vele landen gebruikelijke christelijke jaartelling. Maar misschien is dan alles anders geworden en schrijven jullie dan in plaats van A.D. 2000: A.B. 150. (Bellamy werd namelijk geboren in 1850 en schreef een boek dat speelt in 2000).*
Volgens genoemden Bellamy leven jullie dan in een heilstaat. De woorden gebrek, zorg, concurrentie, diefstal, corruptie, prostitutie, honger, egoisme, uitbuiting, faillissement, staking, uitsluiting, e.d. zijn jullie onbekend en moeten voor hun beteekenis en spelling worden opgezocht in Marchand's Miraculeus Manual der Nederlandsche Taal.
Reeds bij den aanhef van dezen eersten brief begin ik te beseffen hoe moeilijk het is om aan jou, m'n beste knul, een begrijpelijke brief te schrijven, want ik spreek daar gewoonweg van Marchant alsof jij weet wie dat geweest is, terwijl hij, nu je dit leest, even onbekend en onbemind als schrijver dezes, ergens in een vergeten hoekje, verteerd en vergaan ligt uit te rusten van taal- en andere beslommeringen.**
En bovendien is het mogelijk dat je Nederlandsch alleen leert zooals wij nu Latijn en Grieksch leeren, d.w.z. als z.g.n. doode taal, want wie weet, spreekt men in het jaar 2000 nog maar uitsluitend Volapük, Engelsch of Esperanto. 
Ach, m'n jongen, we leven zoo vlug en vergeten zoo gauw, want zelfs ten tijde dat dit geschreven wordt zijn mijn tijdgenooten alweer vergeten dat evenals Dr. Zamenhoff met zijn Esperanto, er ook eens een zekere priester leefde, genaamd J.M. Schleijer, die in 1879 A.D. ook al met hooge idealen bezield, een gemeenschappelijke taal samenstelde, waaraan hij den naam Volapük gaf.*** Vijftienduizend woorden heeft die goede man uitgedacht, meest éénlettergrepig, maar al dien arbeid bleek niet van blijvenden aard te zijn. Het Volpuk is in het vergeetboek geraakt om plaats te maken voor het meer rationeeler Esperanto.'
We zijn nu halverwege pagina 3 van de 11. Samenvatten wat Pieter zijn bet-achter-kleinzoon schrijft, is eigenlijk niet mogeijk, dus zal ik het hierna verder uitschrijven. 
 
* Edward Bellamy (1850-1898) was een Amerikaanse journalist en schrijver. In 1888 publiceerde hij de bestseller Looking Backward, waarin hij een utopisch beeld schetst van een nieuwe Amerikaanse samenleving. Lees hier meer.

** Ik kan op internet inderdaad niets over Marchant of Marchand vinden. Laat staan over het miraculeuze manual.

*** Lees hier meer over het Volapük van Schleyer (1831-1912).


woensdag 18 januari 2023

September 1915 Sophie (1 bis); het bleef bij gissen

De Umhloti, die Pieter ook noemt in een brief uit 1937 en dan in verband met het goede geheugen van Katy die zich professor Huizinga nog herinnert, is verlaten voor vervolg van de reis op de S.S. Sardina en Sophie vervolgt haar verhaal, nadat de afvaart weer een 'aanvaart' leek te worden, of het schip in ieder geval ineens stil was komen te liggen.
'Wat zou er aan de hand zijn? Misschien orders gekomen van de kust niet verder te gaan; misschien moeten we morgen terug en zal het schip worden gebruikt om troepen te transporteeren; misschien wel een submarine, en angstig werd er rondgekeken, of hier of daar misschien een peil boven water zichtbaar was. Maar het bleef bij gissen, en wij bleven stil liggen. De kapitein was ook onzichtbaar en tien uur ging iedereen naar bed, met hoop bij het ontwaken in vollen zee te zijn. Maar toen we 's morgens wakker werden lag de boot nog even vast voor anker. Eindelijk had een van de passagiers weten uit te vinden dat de kapitein zijn scheepspapieren had vergeten en deze nu moeten gehaald worden. Het was de eerste reis die hij zou doen als meester van een schip en geen wonder dat de passagiers dit begin allertreurigst vonden. 
Twaalf uur 28 Julie vaarden we ten tweede maal af en op Zondag 15 Aug. stapten alle passagiers te Colombo af. De reis was onaangenaam geweest, de boot groot 2500 ton had niets geen lading in dan 700 koelies die door het Z.A. Goevernement naar Indië werden teruggebracht. We hadden steeds meer gerold dan gevaren en allen waren dan ook overblij weer vasten grond onder de voeten te hebben. 
Eentonig is zoo'n reis, steeds water en lucht, zelfs niet één boot zagen we voorbij. De eilanden waar we voorbij kwamen vertoonden zich alleen op grooten afstand. Madagascar, Corona eilanden, Seeskels, Maldiven, gingen wij voorbij totdat we te Ceylon aankwamen. 
Nadat we in Colombo in het Grand Oriental Hotel waren aangekomen, hoorden we al gauw dat deze plaats onder 'Krijgswet" was. Evenals in Z~.A. was ook hier opstand geweest, menschen die tegen regeering en wet hadden gezondigd, omdat ze zich vrij wenschten te maken. Het eenig verschil was dat hier de gekleurden zich hadden durven verzetten en hadden getracht zich vrij te maken, vrij te komen uit de regeering van die groote natie, die steeds de zwakkeren en de kleine naties beschermt. De opstandelingen, de aanvoerders daarvan waren dan ook hiervoor gestrafd, opgehangen, omdat zij zich durfden te verzetten en aan de gehoorzame en gewillige onderdanen van het groote en steeds beschermende rijk, zoo'n slecht voorbeeld durfden geven. In Afriks waren het blanken: onderdanen die reeds sedert 1902 waren beschermd en al het vette en voordeel van die bescherming hadden genoten. En de groote natie, de stiefmoeder, kon dan ook niet begrijpen waarom de stiefkinderen durfden opstaan, dat zij een eigen bestaan konden hebben en de oudere kinderen, de voorgangers van die beschermelingen werden gestraft, zwaar gestraft, voor hun ondeugd, ongehoorzaam te zijn aan die stiefmoeder, die steeds kleine kinderen beschermt. En de ouderen krijgen gevangenisstraf en als de jongen kinderen deelden met hen het ziellenlijden daar zwaarder is dan de dood maar waardoor een kiem van nieuw leven ontstaat.'

En zo eindigt weer een schrijven van Sophie bijna midden in een zin. We lezen uit deze brief wel duidelijk dat zij zeer koloniaal gezind was, of in ieder geval heilig geloofde in het feit dat de overheerser of 'beschermende' de landen in handen had vol goede bedoelingen en niet was verblind door het goud of ander grondstoffen(?). Het feit dat zij hier de Britten verdedigt, terwijl zij zich zelf in Zuid-Afrika zo hard gemaakt heeft voor behoud van de Nederlandse taal, vind ik ook moeilijk te rijmen, maar zij had natuurlijk enige tijd in (British) India doorgebracht en dat kan van invloed zijn geweest. 
Het lijkt er in deze brief ook op dat er wel degelijk vrij definitief afscheid werd genomen van Zuid-Afrika, terwijl Pieter in zijn brief aan de premier van Groot Brittannië toch schrijft dat hij van plan is terug te keren naar Transvaal en alleen tijdelijk in Nederland is voor een ingreep van een specialist. 



dinsdag 17 januari 2023

Septemeber 1915 Sophie (1); goud, goud, schijn, vernis

We varen mee langs de Nicobaren in de Indische Oceaan. Het briefpapier is van P.& O.S.N. Co. en we zijn aan boord van de S.S. Sardinia.*
Dat laat Sophie ons tenminste weten in een brief die ze aan boord schrijft. 
'De week was voorbijgegaan, gevlogen, het was een droom. Het was de laatste week die we in Johannesburg doorbrachten. Johannesburg, de groote goudstad, alleen staande in de wereld, omdat ze voldoet aan die groote hartstocht, die bijna iedereen in zijn klauwen krijgt. 
Goud, goud, schijn, vernis en weer goud. Toch voelden we dat we weer een stukje van ons leven, van ons zijn, achterlieten toen we Zondagsavonds 25 Julie '15 wegstoomden, nagewuifd door een groote schare, meest landgenooten, waarvan zelfs eenige met ons hadden meegeleefd en meegevoeld, ja zelfs geleden, een smart die niet zichtbaar is maar die invreet in het innerlijke van het leven, waar zelfs geen goud een geneesmiddel voor is. De handdruk en het afscheid van deze vrienden is ons een nooit te vergeten oogenblik geworden en deze vriendschap zullen we mede dragen totdat de sluiter van het Zijn zal opgelicht worden. We hadden gezellige avonden gehad die laatste week, en het kleine holland te Johannesburg had zich groot getoond, staande als een man, waarmakende "Eendracht maakt macht". Wij hoopen dat deze eendracht zoo zal blijven, want door te staan als een man, vast als één stuk, kan alleen het "Ik zal handhaven" worden waargemaakt.
Nadat de trein was afgegaan, zaten we eenige minuten stil, we konden niets zeggen, zelfs de kinderen voelden de emotie van het weggaan. "Wat een afscheid vrouw, hoorde ik mijn man zeggen, en het was me niet mogelijk iets anders te kunnen uiten dan het kleine woorden "ja".
Maar tijd stoort zich aan geen aandoeningen, we stoomden voort en voor we het wisten stopten we te Germiston. 
De kinderen begonnen te vragen, "Vader, waar zijn we nu, of moeder wat is dat", en wij ouderen waarvoor zoo heel weinig nog nieuw is, keerden terug tot de werkelijkheid.
Weldra kwam vriend Huizinga ons bezoeken, die een plaats naast onze coupé had, en al gauw was "de toekomst" het onderwerp. Tot ongeveer 10 uur praten we zoo voort totdat onze bedden werden gespreid en wij allen weldra in droomenland waren verdwaald. 
De spoorreis ging kalm voorbij en 's maandags 's morgens 7.30 stapten we te Durban uit. Cook's man kwam ons vertellen dat de boot nét in was, we moesten dus voor die nacht in een Hotel. We brachten de kinderen naar bed, en gingen toen samen wat slenteren langs het strand. 
Eerst vonden we het prettig, maar al gauw hoorden we "So Mr. Deys you here, or are you also a visitor here Mrs. Deys. Zelfs een man in een tentje waar een kalf te kijk lag, met 6 pooten en 2 koppen kenden ons. Langzaam liepen we naar onze tijdelijke woonplaats terug, en na nog iets te hebben gebruikt begaven we ons ter rusten.
De volgende dag hadden we het druk met allerhande kleingheden en tegen 3.30 gingen we met ons allen, dat bedoeld, vriend Huizinga daarbij, naar de boot. Tien minuten na aankomst vaarden de Umhloti af. Geen groote uittocht hadden we in Durban, alleen één goede bekende kwam om vaarwel te zeggen. J.C. Groeneveld. 
Slechts tien passagiers waren aan boord, ons eigen gezelschap in kluis. Nadat we ongeveer 3 à 4 uren hadden gevaren, kwamen we tot de ontdekking dat de lichtjes van Durban niet verder af gingen maar wel dichter bij kwamen. Niemand begreep daar iets van, en het werd hoe langer hoe geheimzinniger.'
Wordt vervolgd.

De S.S. Sardinia, gebouwd in 1902, was een vracht- en passagiersschip. Lees hier meer. 

maandag 16 januari 2023

Oktober 1931 Sophie; eenige hoofdoorzaken

Het laatste deel in Sophie's schrift is kort en eindigt helaas abrupt.
'October 31, weer eenige weken voorbij sedert ik dit schrift aanraakte. Ik las laatst nog eens na en kom tot het besef dat ik toch nog even verder moet gaan in mijn jeugd jaren, de afstand waar ik ophield met de schooljaren en de beschouwing van het leeven zooals ik het nu zie is groot, want al zijn in de jaren van meisje en vrouwzijn geen wereldgebeurtenissen gebeurd, voor mij persoonlijk hebben die jaren veel gegeven om van mij een vrouw te maken. 
Ik was nog geen 13 jaar toen ik de school verliet, lust in schoolwerk had ik niet, de economische toestand van mijn Vader was minder geworden, waardoor is door mij moeilijk te beoordeelen, denk ik nu eens terug, dan kan ik wel eenige hoofdoorzaken vinden, ik hoorden door mijn Vader veel praten over fondsen waar hij bij verloor en die verkocht moesten worden, kleine armoedige huisjes in de Zwaansteeg moesten worden geverfd en aan alles merkte ik dat het financieel niet voor de wind ging. Daarbij gaf mijn Vader veel tijd aan kerkelijke'

En daar stop het schrift, en blijven er voor het grotendeel blanco, gelinieerde pagina's over. Ze laten me met een leeg gevoel achter, ik had nog veel meer willen lezen, maar toch ben in dankbaar voor alles wat Sophie nog wel geschreven heeft. 
Ze was in die tijd niet erg gezond meer. Misschien stopte ze wel met schrijven, omdat ze zich flauw voelde, wie weet. In december van dit jaar lezen we bij Pieter dat Sophie al een maand het bed houdt en haar ups en downs heeft. Ze zal op 17 februari, dus ongeveer 4 maanden na haar laatste woorden in het schrift, overlijden, waarschijnlijk aan een hartaanval.

zaterdag 14 januari 2023

Juli 1931 Sophie ; een eeuwig oordeel

Het schrift van Sophie bevat nog meer, dus hierbij het vervolg:
'Meer dan een jaar is het nu geleden sedert ik dit schrift weer eens ter hand nam, maar veel is er in dit jaar gepasseerd en ook veel heb ik doorgemaakt maar ook heeft het leven mij rijker gemaakt, rijker in het bezit van dat wat mij dierbaar is.
Het is nu 24 Juli 1931. Met vader woon ik nu in een lief beneden huis, aan de Schiekade 156a Rotterdam, het huisje is naar ons zin, onze drie kinderen zijn de wereld in, we hebben voor ons huishouden een juffrouw, een een geheel nieuw tijdperk van ons leven is ingetreden. Het tijdperk van berusting, het leven met al zijn emotie gaat nu zonder hevige beroering voorbij, omdat wij weten, tenminste ik, als individue niet meer te kunnen meewerken met de massa, maar wij samen in gedachte met en voor onze kinderen te willen leven, hen wanneer het mogelijk en noodig is te helpen en bij te staan en mede te geven uit de ervaring van het leven, dat zij nog moeten doormaken. Wij hebben een rijke gave aan onze kinderen, en beleven met onze schoondochter een groote liefde en rijkdom, dat van uit hun diepste bezit tot over zeeën naar ons toestroomt.
Soms denk ik zal ik nog wel teruggaan naar het geschiedenisje van mijn leven waarmede ik ben begonnen, want ik van belang is het niet [?], alleen een vertelling van herinneringen, voor onze kinderen aardig om later nog eens te lezen. Ik besprak eens met ons drietal het idee "het eeuwige leven", en zei hen toen, ja weten jullie hoe ik daarover denk, de dingen die van ons uit ons binnenste tot ons komen en die wij met elkaar bespreken, planten jullie later weer voort aan jullie kinderen, en deze weer aan hun kinderen en zoo gaan die gesprekken die onze ziel aandoen en van geslacht op geslacht gaan. 
Mijn jeugd ging wat wij tegenwoordig zouden noemen, saai en doorvoorbij. Ik heb een paar goede ouders gehad, een conservatieve Vader en een eenvoudige Moeder, die volgens het toenmalige begrip in haar echtgenoot zag, haar heer en meester en echtgenoot door God gesteld al[s] haar hoofd en het hoofd van het gezin. 
Mijn Vader heerzuchtig, zijn wil was gebod mijn moeder boog daarvoor en wij mijn zuster en ik volgde in het geloof van onze opvoeding dat het zoo hoorde, bij alle kennissen en familie waar wij mee omgingen, was het ook zoo. Heel dikwijls kwam ik in opstand en reeds als kind onder tien jaar zat ik in mezelf hiertegen sputteren en was ik heel ontevreden en zelfs bitter tegen mijn ouders omdat dit of dat, wat anderen kinderen van school of van de muziekschool wel mochten. Later begreep ik dat de ouders van die kinderen ruimer waren in hun opvattingen, maar voor een kind zooals ik met veel opmerkingsgave, en daardoor reeds diepe kindergedachten, gaf die strenge opvoeding vooral van mijn Vader mij reeds een groote strijd. Altijd zedenpreken, overal werd de vervloeking Gods bij gehaald, of werden wij er opgewezen dat en een eeuwig oordeel was en er slechtst één weg was die ten leven bracht. En als ik dan durfde vragen of zeggen: maar als wij dan eeuwig zijn verdoemd dan kunnen we dat toch niet helpen, dan ging Vader met ons bidden, dat de Heere toch onze harten mocht openen om hem te leeren kennen. Van dat alles begreep ik niets want dacht ik erover dan was alles tegenstrijdig voor mij en dikwijls in groote angst voor het Gods oordeel, deed ik mijn best die dingen te vergeten en aan iets anders te denken. 
Van muziek hield ik veel en reeds toen ik 7 jaar was, ging [ik] op de muziekschool van de Maatschappij tot bevordering van toonkunst. Een heele vlijtige leerling was ik daar, ik had een goede stem en zingen was mijn lust en mijn leven. Mijn Vader hield ook heel veel van zingen en als hij zat te vertellen van zijn oude schoolmeester Dijkerman, die ook zoo prachtig kon zingen en altijd eerst aleen op sol-re-mi voorzong, dan de kinderen soms 2 stemmig moesten meezingen, dan genoot ik en at als ik het ware de verhalen die mijn Vader deed, die Vader die ik vereerde en hoogachte.'

vrijdag 13 januari 2023

April 1930 Sophie (1 bis bis); om hen zalig te maken

En we lezen weer mee met wat Sophie in haar schrift schrijft:
'2 maal per jaar gingen allen tesamen, meisjes en jongens naar de kerkzaal, dit was altijd een evenement, want dan was het verdere van den dag vrij. Wij kregen dan een mooie jurk aan, een schoone schort voor, haar netjes met een mooi lint, en waren 's morgens vol verwachting, wat de andere meisjes aan zouden. Klas voor klas, twee aan twee gingen wij naar die zaal toe, diep onder den indruk van het gewichtige. Ds. Verhoef deed steeds de reden, er werd orgel gespeeld en ook wel mooi gezongen, soms kwam er een zendeling die vertelde van arme kinderen en vol devotie zong ik mee van die Jezus die ook voor de heidenen was gekomen om hen zalig te maken. Aan de deur werd gecollecteerd ten voordeele van de heidenen, en meenigmaal moesten wij op handwerkles, het een of ander maken dat dan diende voor dekking van het lichaam van die menschen die in het verre Oosten daar naakt liepen en afgoden aanbaden. 
Heel streng was het op school, de discipline schoefde de kinderen te samen, en hoewel ik slechts in enkele vakken, zooals natuurkunde, oude geschiedenis, zingen en rekenen lust had, was ik verder een lastige leerling. Waar ik kon maakte ik het lastig, alles bedacht ik, de meisjes aan het lachen te brengen, en zat dan zelf met een slaak gezicht, onschuldig naar de onderwijzeressen te kijken. 
Onredelijk verbieden of straf geven door de onderwijzeressen aan de kinderen, bracht mij steeds in opstand en moest er hier over iets worden gezegd, dan was ik steeds het aangewezen kind, dat naar "de juffrouw" durfde gaan voor beklag. 
Zoo heb ik menigmaal straf gehad, dat niet door mijn schuld was veroorzaakt, maar de geheele klas stond steeds achter mij, en moest ik school blijven, dan hielpen mij allen. Sommigen droegen boeken of mijn tasch en dikwijls ben ik tusschen de meisjes in uit de klas geslopen.'

1880-1945; Pieters cv 1893-1915

Het is weer eens tijd voor een update van de informatie rond Pieter Deys. Ik probeer zijn 'werkzame' leven op een rijtje te zetten e...